3u ’s nachts.
Ik lig heerlijk te slapen.
Ergens in de verte hoor ik een loeiend lawaai.
Aanhoudend.
Het lawaai in de verte komt dichter bij.
De slaap laat ik voor wat het is en het besef van de oorzaak van het lawaai wordt groter.
Ik spring uit mijn bed, ren als een zot naar beneden, vergeet een paar treden te nemen en beland bijna op mijn gezicht naast dat ene apparaatje.
Even een code ingeven en me neerzetten.
Mijn hart heeft ondertussen wel de 200 slagen per minuut bereikt, of zo voelt het toch.
Even rusten.
Buren wakker? Geen idee.
Toch nog even rusten op die trap. Rust.
Die ene spinnenweb voor de detector.
Die ene spin die mijn nacht verpest.
Dat ene aanhoudende lawaai dat een vermoeiende dag inleidde.
Die ene spin…